0031 (0) 6 12 4000 40 | Videoproductie Nijmegen en fotografie | info@hamavid.nl

koekkruimelskl

Heel lang geleden liep ik met een vriendje onze straat uit. Er was in die tijd weinig verkeer en wij mochten als zesjarigen een stukje de buurt in. In onze broekzakken zaten twee dubbeltjes. We kregen nog geen zakgeld, dus voor elke cent moesten we bedelen. We beseften heel goed, dat een cent weinig waard was, dus het minimale waarom wij bedelden waren stuivers. Vijf centen. Het was ons gelukt  om vier stuivers te vergaren en die wisselden we om voor twee dubbeltjes.
We liepen over de brug van een sloot die dwars door onze buurt sneed en kwamen in een andere wijk terecht. Er stonden daar kleine huisjes, die we als volwassenen: arbeidershuisjes zouden noemen. Voor ons waren het huizen waar andere mensen woonden die we niet kenden. Een vreemde , spannende omgeving dus. Achter de brug bevond zich een straatje, waar we een klein winkeltje wisten: een snoepwinkel! Door de etalageruit zagen we niet veel, het was binnen donker. Maar eenmaal binnen stonden er alle verlokkingen, die een kind zich wenste: drop, zuurtjes, grote spekkies, schuimpjes. Potten vol lekkers. In die tijd werd alles nog per stuk of per gewicht verkocht. In de winkel stond dan ook  een indrukwekkende weegschaal met gewichten, die erbij of eraf geschoven konden worden.

Ons doel was een zak met koekkruimels. Ook dat was iets van die tijd. De eigenaar kocht afgebroken stukken van koeken in en mengde die. In zakken van een bepaald gewicht verkocht hij die vervolgens aan kinderen in de buurt. Als een kind niet voldoende geld bij zich had, wilde hij de zak wel openmaken en op basis van het wel aanwezige geld een ander zak vullen met het juiste gewicht aan koekkruimels. Wij hadden de keuze: een grote zak voor vier dubbeltjes of twee kleinere elk voor twee dubbeltjes. Na rijp beraad besloten we toch onze eigen zakken te kopen. Ik vertrouwde mijn vriendje niet zo als het ging om maat houden en hij zal zijn wantrouwen tegen mijn snoeplust gehad hebben.

Natuurlijk zaten er stukken koek in de zak die ik niet lustte. Bitterkoekjes bijvoorbeeld. Maar mijn vriendje was er dol op. In ruil daarvoor kreeg ik van hem stukken sprits. Aan het eind van de middag gingen we naar huis. Het moge duidelijk zijn: veel trek had ik niet. Mijn moeder informeerde bezorgd of ik ziek was, of dat ik ergens last van had. Nee, ontkende ik. Ik had nergens last van. Maar of ze het aan me zag of niet, ik had last van een overvolle maag.

Geweldige tijd: 1957. Het verhaal hierboven geeft aan hoe wij met geld en bezit omgingen. Maar vooral ook hoe middenstanders geld verdienden. Het is onvoorstelbaar, dat iemand de hele dag in zijn winkel staat en soms voor 1 of 2 gulden aan koekkruimels verkoopt. En dat hij bij fabrieken aanklopt en vraagt of ze hem de restanten van hun bakproces kunnen leveren in grote volumes. Dat hij achter de winkel -in de avonduren- de grote volumes in kleinere zakken stopt, ze weegt en vervolgens in de winkel te koop zet. Wij hebben geen mening over het verleden: het was niet beter of slechter dan de huidige tijd. Wat wij wel doen is het verleden tot leven brengen, als u daar om vraagt. In video en fotografie.